Op zoek naar Gods wereld in het relevantie-tijdperk

We leven in en relevantie-gedreven samenleving. “Wat heb ik eraan?” is een vraag die hoe langer hoe meer de grenzen van onze wereld bepaalt. De onderzoeksagenda van universiteiten is gevuld met onderwerpen die maatschappelijk of economisch relevant zijn. Jongeren leren op school de vraag naar relevantie te stellen en krijgen op steeds jongere leeftijd de mogelijkheid om iets te gaan doen “wat bij hen past”. Scholen specialiseren zich in technische, artistieke of sportieve opleidingen, wat jongeren tal van mogelijkheden geeft om eigen doelen te kiezen en hun hart te volgen.

Relevantie kan uiteraard een veelvoud aan betekenissen hebben. In de onderwijskundige en maatschappelijke context van onze tijd wordt dit begrip echter vooral ingevuld als vanuit de ervaren behoefte van individu of gemeenschap. Vaardigheden, specialisatierichtingen of onderdelen van een curriculum passen bij mijn persoonlijke capaciteiten en doelen. De grondtoon van relevantie-gericht denken is dat het individu of het collectief regisseur is van zijn eigen kenniswereld.

In deze blog neem ik relevantie-denken onder de loep vanuit een worldview perspectief. De vraag is namelijk welke visie op de wereld schuil gaat achter de nadruk op relevantie. Nadat ik hier een analyse van heb gegeven, zal ik dit via een historische analyse vergelijken met de manier waarop de Bijbel zich uitlaat over de wereld en over onze verhouding daartoe.

De basis van relevantie-denken is de idee dat onze kennis wordt bepaald door de doelen van personen of collectiviteiten en niet door een (vooronderstelde) structuur van de werkelijkheid. Dit komt het duidelijkst tot uiting in de gereedschapsmetafoor, die veelvuldig wordt toegepast in onderwijscontexten. Relevantie-denken ziet kennis als stukken gereedschap, die naar behoefte moeten worden verworven. De behoefte wordt gevormd door de eigen (levens)doelen van de individuen en samenlevingen.

Verdwenen wereld

Los van de vraag of jongeren en zelfs ouderen in staat zijn hun eigen doelen en daarbij behorende behoeften onder ogen te zien, heeft deze visie ook verregaande gevolgen voor onze visie op de aard van de werkelijkheid. Slechts kennis verwerven van wat ik als belangrijk beschouw, betekent ook dat ik bepaal welk deel van de werkelijkheid voor mij belangrijk is. De 18e-eeuwse vertwijfeling aan de kenbaarheid van de werkelijkheid, is hiermee geen probleem of vraagstuk meer, maar wordt met open armen ontvangen. In de kern impliceert leven en leren vanuit relevantie een diepgaande onverschilligheid tegenover de vraag naar wat de wereld is. We nemen er collectief genoegen mee dat de wereld die we construeren eigenlijk vooral onze wereld is en niet de wereld.

Het probleem dat zich hier voordoet, ontstond in de negentiende eeuw. Door de snelle ontwikkelingen van allerlei (empirische) deelwetenschappen, groeien vakrichtingen steeds meer uit elkaar. Universiteiten worden, zo klaagt de Duitse theoloog I.A. Dorner, slechts een verzamelbak met gespecialiseerde instituten. In de doordenking van het Duitse universitaire systeem kreeg daarom de filosofische faculteit een centrale plaats in het doel studenten te “bilden”. Waar de gespecialiseerde studies niet meer in staat waren overzicht en inzicht in de werkelijkheid te bieden, moest een filosofische vorming deze inzichten overbrengen.

Naast de secularisering die het 19e-eeuwse Bildungsideaal met zich meebracht, was de filosofie niet in staat om een echt samenhangend en omvattend beeld van de werkelijkheid te geven. De stelling van filosofie als Bildungsinstrument was reeds een concessie aan het uiteen groeien van de wetenschappen. In de loop van de tweede helft van de 19e eeuw begonnen deelwetenschappen als psychologie en evolutiebiologie hun stem steeds meer te verheffen in een competentie om zeggenschap over de aard van de werkelijkheid. Het was een ontwikkeling die niet geheel vreemd was. Filosofie was nooit in staat de plaats in te nemen die theologie in de eeuwen daarvoor vervulde.

Het geheim ontsluierd

Vanaf de antieke oudheid tot ver in de 17e eeuw werden onderwijs en wetenschap gevoed door het ideaal van een kennis als een samenhangend geheel met een transcendent karakter. Beide aspecten van dit ideaal verdienen in deze context onze aandacht. Ik zal daarbij insteken op de christelijke interpretatie van dit kennisbouwwerk, waarbij ik voorbij ga aan de antieke (neoplatoonse) en renaissance weergaves van dit ideaal.

Een van de kernnoties in het christelijk denken over kennis is de scheppingsidee. Juist dit concept toont dat de wereld zoals we die ervaren en onderzoeken niet willekeurig is, maar een doel heeft. Daarnaast speelt ook het concept van Gods onderhouding van de wereld een rol. Samen garanderen deze gegevens de samenhang en zin van de werkelijkheid. Aanhangers van de Nouvelle Theologie hebben op overtuigende wijze de stelling verdedigd dat in antieke en middeleeuwse bespiegeling op de schepping een kenbare verhouding tussen materie en geestelijke werkelijkheid werd voorondersteld (de zgn. analogia entis). Door deze verhouding kon de te bestuderen fysische werkelijkheid gerelateerd aan de geestelijke werkelijkheid. Ook in de theologie in de traditie van de Reformatie speelde dit concept lange tijd een rol.

De overtuiging die aan de nadruk op deze verhouding ten grondslag ligt, is het vaste geloof dat deze wereld heenwijst naar een hogere werkelijkheid. In deze manier van denken zijn de verschillende lagen van de werkelijkheid, opklimmend van de meest basale materie via de menselijke geest naar de abstracte begrippen als “zijn” en “goed”, treden die uiteindelijk kennis van God mogelijk maken. Deze manier van denken zet dus zowel de samenhang als de hiërarchie van de werkelijkheid om ons heen centraal. In dit bouwwerk hebben materie en geest, concrete en abstracte entiteiten een vaste plaats, die nodig is om echt inzicht te krijgen.

Uiteraard is de hier geschetste opklimming een ideaal. De gehele christelijke traditie erkent dat de zgn. bijzondere openbaring van God, in Zijn Woord en in de persoon van Jezus Christus onmisbaar is om echte kennis van God te hebben. Daarnaast is het ook belangrijk om de vervreemding van de mens door de zonde in ogenschouw te nemen. Ook in grote delen van de katholieke theologie wordt de enorme schade aan deze “ladder” erkent. Zo bijvoorbeeld het volgende citaat uit het Itinerarium van Bonaventura (I.6):

Hos gradus in nobis habemus                    Wij hebben deze treden in ons,

plantatos per naturam,                                ingeplant door de natuur,

deformatos per culpam,                              vervormd door schuld,

reformatos per gratiam;                             hervormd door genade;

purgandos per iustitiam,                            die gereinigd moeten worden door de gerechtigheid,

exercendos per scientiam,                         die uitgeoefend moeten worden door wetenschap,

perficiendos per sapientiam.                     die vervolmaakt moeten worden door wijsheid.

Naar een christelijke worldview

De min of meer “pre-moderne” opvatting van de werkelijkheid die hierboven wordt geschetst, is uiteraard niet  “plug-and-play” toepasbaar in onze context en op onze uitdagingen. Tegelijkertijd zijn er inzichten aan te ontlenen die fundamenteel zijn voor een christelijke worldview en die dus doorwerken in een christelijke houding ten opzichte van kennis. Ik zal deze worldview en houding aan de orde stellen aan de hand van drie stellingen: “De wereld is niet van ons”, “kennis is niet neutraal” en “een christelijke habitus is onmisbaar”.

Het eerste fundamentele element van een christelijke worldview is het besef dat de wereld niet door ons wordt geconstrueerd, maar is gebaseerd in Gods wil en uitgewerkt door Gods handelen in schepping en onderhouding. Dit inzicht is in direct conflict met de post-moderne en constructivistische denkwijze, die in de wereld om ons heen gangbaar is. Het is ook een inzicht met diepgaande consequenties voor onze onderwijspraktijk. We moeten jongeren dus niet slechts gereedschap aanreiken om een goede positie mee te kunnen bekleden in dit leven.

Van belang is de metafoor van de tempel, die in het Oude Testament wordt gebruikt voor de schepping. Docenten, maar ook curricula, moeten jongeren wegwijs maken in deze tempel. Het maakt opvoeden en opleiden tot “inwijden”. Tegelijk geeft dit inzicht een enorm gewicht aan welk vak of welke specialisatie dan ook. Al deze specifieke deelonderwerpen zijn delen van Gods tempel. God wil ons inleiden tot Zijn geheimenis, juist door de hele werkelijkheid heen. Bildung als apart onderdeel van een curriculum is een slap compromis met de tijdgeest. De vraag is of wij de moed hebben om de wereld als Gods tempel te ervaren en om ons door Gods wereld te laten vormen.

Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor kennis die we opdoen en overdragen. Natuurlijk kan een tempel ook archeologisch, architectonisch of godsdienst-fenomenologisch beschreven worden, maar deze beschrijvingen missen de religieuze waarde van de tempel. Dat is temeer het geval bij een tempel die door Gods hand is gevormd en wordt onderhouden. Het vraagt om een zorgvuldige weging en beoordeling van de kennis die we gebruiken. Meer nog, het vraagt erom dat we leren om kennis van natuur, techniek, menselijke geest, van uitheemse culturen enzovoorts te betrekken op de plaats die dit heeft in Gods bouwwerk.

Tenslotte, het leggen van deze relatie is geen activiteit of vaardigheid. Het is een habitus, een houding die alleen door veelvuldige oefening kan worden bereikt. In de antiek-christelijke en middeleeuwse theologie werd hiervoor het Bijbelse begrip sapientia of wijsheid voor gebruikt. In de Bijbel vinden we deze houding uitgewerkt in de Wijsheidsliteratuur, Spreuken, Prediker en Job en in boeken als de Psalmen en Daniël. Wijsheid vraagt om een leven vanuit de wetenschap dat de wereld door God gemaakt en geordend is, maar tegelijkertijd ook vanuit het besef van de diepe vervreemding van ons mensen ten opzichte van de wereld. Het is een leven waarin we afhankelijk zijn van inwijding en inleiding in Gods wereld, in Spreuken zichtbaar in de aanspraak “mijn zoon”.

Het is tenslotte ook een levenshouding die zich kenmerkt door volharden in het zoeken naar Gods hand in een godloze wereld. Leven als een wijze zal de wereld niet voor ons hertoveren, maar bestaat uit een voortdurend zoeken en vragen naar Gods stem in de wereld om ons heen. Het is tenslotte een leven met genade. Niet voor niets is het vrezen van God het beginsel of principe van wijsheid. Het is ook niet voor niets dat juist Christus door Paulus de ultieme wijsheid wordt genoemd (1 Cor. 1).  Maar juist dat maakt de prijs van het verwaarlozen van Gods openbaring in de wereld om ons heen wel heel hoog. Het nodigt ons uit om te horen naar Gods fluistering in de wereld om ons heen.

Uiteraard liggen allerlei ideeën en onderzoeken van anderen aan deze blog ten grondslag. De discussie van negentiende-eeuwse universiteitshervorming baseer ik onder meer op Thomas Albert Howard, Protestant Theology and the Making of the Modern German University, (Oxford, 2006). Mijn verwijzing naar analogia entis is onder meer gebaseerd op Hans Boersma, Nouvelle Theologie and Sacramental Ontology: A Return To Mystery (Oxford, 2013). Belangrijk is ook Richard A. Muller, Not Scotist Understandings of being, univocity, and analogy in early-modern Reformed thought (Reformation and Renaissance Review 14.2, 2012). Bonaventura’s Itinerarium mentis in Deum is eenvoudig online te vinden, zowel in Latijn als in Engelse vertaling. Aan de laatste paragraaf liggen onder andere de volgende boeken ten grondslag: Dan Ebert, Wisdom Christology: How Jesus Becomes God’s Wisdom for Us (Phillipsburg, 2011) en Stephen G. Dempster, Dominion and Dynasty: A Biblical Theology of the Hebrew Bible (Downers Grove (Ill.), 2003). Het idee van “inwijding” tenslotte is een vrije improvisatie op een inzicht uit W. ter Horst, Wijs me de weg! (Kampen, 2014).

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s